dinsdag 16 augustus 2011

Vaucluse 2011, deel 3

Binnen het uur stond de tent – gezien de onbekendheid met dit nieuw verkregen onderkomen een hele prestatie – we waren echter gematigd enthousiast over het resultaat. Helemaal strak en afgescheerlijnd stond het vakantieverblijf met riante voortent niet. Anne dacht dat dat vooral te maken had met de volgorde van werkzaamheden. Daar waar ik de achter- of voorzijde van de tent wilde vastpinnen, kende zij de meest stellige overtuiging te moeten beginnen met het zekeren van de vier buigzame tentstokken. Ik keek haar aan en zag al snel dat enige tegenspraak hierin volstrekt nutteloos was en knikte.

‘Ja, vind je ook niet, Ferre? Met de stokken beginnen is toch veel logischer. Ja, ik weet het zeker, morgen beginnen we met de stokken, Fer!’

Ik knikte nogmaals.

‘Waarom zeg je niks, Fer? Waarom kijk je zo? Ben je het er soms niet mee eens? Dan moet je het zeggen, hoor! Wat weet ik nou van tenten opzetten? Ik bedoel maar, ik doe ook maar wat, Fer!’

Het retorische karakter van haar spraakwaterval onderkennend, stelde ik voor dat ze wel de binnentent er in kon hangen, onderwijl zou ik de tent verder afharingen.

‘O Ferre, wat is een tent met jou opzetten toch makkelijk!’

Binnenin de tent meende ik haar horen verzuchten hoe gelukkig ze wel niet was.

‘Ik ga vanavond heel lief voor je zijn, Ferre! En ik wil ook dat je weer eens wint met Tric-Trac!’

De buurman tegenover ons keek op van zijn krantje en wierp mij een veelbetekende blik toe.

’s Avonds aten we in het campingrestaurantje en maakten foto’s van de mooiste luchten. En weer verbaasde mij het geluk dat ons overspoelde.


1 opmerking:

  1. De grap is dat ik het Anne bijna hoor zeggen, als ik de quotes lees.

    BeantwoordenVerwijderen